Select Page

Maar Niet Op 30 december

 

Ze aten Antilliaans die laatste avond. Zoete kip met bruine nasi en zuur, zijn lievelingskost en alleen zoals Edith het, ondanks haar Surinaamse afkomst, kon maken. Ware het niet dat Edith had aangekondigd voor dit jaar genoeg te hebben gekookt en dus had Donny de enige goede roti-shop in Polderstad gebeld. Rajiv, de eigenaar was de bestelling persoonlijk komen afleveren, omdat het tussen oud en nieuw zo stil was in de zaak dat je er een mitrailleur kon leeg schieten. “En je kent mijn Surinda, die vindt dat altijd een prachtgelegenheid de keuken eens een extra poetsbeurt te geven. Man mijn keuken is schoner dan een operatiekamer, en niemand schijnt te willen eten deze dagen. Nu ja jullie dan.” Rajiv opende een tweede plastic zak en zette een tweede toren aan witte plastic bakjes op tafel.

“We verwachten Winston elk moment.” Delilah, Don’s vijftienjarige dochter was de keuken binnen gekomen om borden en bestek te pakken en om voor Rajiv nog een biertje uit de koelkast te halen.: “Winston brengt papa morgen vroeg naar Schiphol. Hij moet naar Rusland voor optredens.” Zij had het nog niet gezegd of Winston was zelf de keuken binnen geschuifeld op de typische Winston manier. Eerst de enorme buik, ditmaal gehuld in een heel zachte lila lamswollen trui van Lacoste, dan een flinke tijd niets, gevolgd door de hardste lach van Amsterdam Zuidoost uit dat enorme hoofd met nog grotere afro. Delilah een knuffel, Edith drie zoenen, haar dochter Denise een hand en Rajiv een boks voor het eten en een high-five voor zichzelf. Don tenslotte kreeg een knipoog terwijl Winston in de zak van zijn geruite broek tastte en zes plastic zakjes één voor één op tafel zette: ”Dertig gram; Het duurde even want de Wolkenwietje was gesloten. Ik heb de amnesia maar bij de Bulldog gehaald, maar ik ben vergeten welk zakje het is.” “Dat komt meer voor bij amnesia”, merkte Denise die Nederlands studeerde aan de universiteit op, een opmerking waar niemand op reageerde.

Daarna werd er gegeten, maar Don wilde eerst zijn marihuana opbergen en nog een klein splifje roken. Even de eetlust opwekken, Even kijken hoe de wiet viel in combinatie met zijn medicijnen. En dus was hij naar de slaapkamer gegaan en had het raam op een kier gezet. Polderstad was nat, kil en donker. Op het grote bed lag zijn nieuwe reiskoffer, een cadeau van Edith voor zijn 61e verjaardag, geopend klaar. Een maatje kleiner dan de vorige die hij gebruikt had. Typisch vanaf zijn zestiende had hij grote delen van zijn leven uit koffers geleefd zoals dat heette, en naarmate hij ouder werd leken die iedere keer een maatje kleiner te worden. Natuurlijk waren de tournees zoals Edith en hij ze nog altijd noemde korter geworden. Neem deze; drie dagen Sint-Petersburg, morgenavond één optreden en op oudejaar en nieuwjaarsdag ieder twee. Vijf keer het complete programma van 2×35 minuten plus toegiften, allemaal de plaatselijke discotheken. En dan op 2 januari al weer de terugreis naar Düsseldorf waar Winston hem op zou halen. Omdat het goedkoper is en omdat de KLM op dinsdag niet op Sint-Petersburg vliegt. En dan drie weken later nog zo’n tour maar dan in Moskou omdat het dan weer nieuwjaar zou zijn in Rusland. Iets met de kerkelijke kalender ofzo had hij begrepen.

Vijf complete discotheken en ieder optreden zou hem zo’n beetje hetzelfde opleveren als een maand bijstand als hij zich de bedragen goed herinnerde. Don was hopeloos met geld. Te veel en later vooral veel te weinig, dat waren de enige twee bedragen die voor hem concreet wilde worden. En de bijstand was sinds Edith verleden tijd voor hem, Donny Stone voorman van Mobey D. de disco-geldmachine uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Wereldwijd meer dan veertig miljoen verkochte platen en nooit een cent aan royalty’s gezien. Nu op zijn 61e en met zijn leven dankzij Edith en dankzij Edith alleen weer redelijk op de rit, kon hij er wel om grinniken.

Geen royalty’s dus; zijn naam stond onder geen van de hits van Mobey D. noch als componist nog als tekstschrijver. Ook was Don geen muzikant en was het inmiddels al ruim dertig jaar publiek geheim dat hij niet eens de zanger was van Mobey D. En nooit in zijn leven had hij ook maar één formele dansles genomen. “Ik ben Donny Stone, de energie van Mobey D.”, zo had Edith hem geleerd zichzelf in gezelschap voor te stellen. En het klopte nog ook. In hun gloriejaren konden de meiden, misschien omdat zij de aandacht met zijn drieën deelden, redelijk anoniem over straat, terwijl hij letterlijk onder de aandacht bedolven werd, herkend waar hij maar ging. En dat terwijl de meiden althans Macy en zo af en toe ook Elaine wel echt gezongen hadden. Niet op het podium weliswaar maar wel in de studio. Don had het zelf maar één keer mogen proberen. Dat was bij de opname voor de allereerste single van Mobey D. geweest. Don was 24 en producer Dolf Gurdian had hem zien dansen in een dancing in Essen. Was het Essen geweest? Dolf was op zoek naar een frontman voor een door hem op te richten super-disco-formatie en of hij ook zingen kon. Don was stoned en aangeschoten en 24 geweest en had dus geglimlacht en “sure” geantwoord. Maar hij kon niet zingen.

En hij wist het. Als jongetje van tien had hij zijn moeder de kop gek gezeurd om een gulden om lid te mogen worden van het enige zangkoor op het eiland. Met tegenzin had zij hem de gulden, die zij waarschijnlijk al drie keer had omgedraaid, afgestaan. Het koor werd geleid door pater Martina en moeder had het niet op roomsen. Ook vermoedde zij en niet onterecht dat haar Don meer aandacht zou hebben voor de zusjes Wilson die ook op koor zaten dan voor toonladders en meerstemmigheid. Zij had gerust kunnen zijn. Al bij de eerste repetitie had pater Martina hem weggestuurd: “Omdat hij totaal geen wijs kan houden”, was zijn verklaring geweest. En zijn gulden had hij ook niet teruggekregen hoewel dat toch voor een hele maand was geweest. Zijn moeder had het hem niet al te kwalijk genomen. Het bevestigde slechts haar vooroordeel dat katholieken nu eenmaal niet te vertrouwen zijn.

Vijftien jaar later had Don in de Hansa Ton Studio’s in zo’n benauwd glazen hokje opnieuw moeten zingen. Nu in een microfoon en nog altijd kon hij geen wijs houden. Geen maat trouwens ook want hij was stoned en met een kater bij de studio gearriveerd. Drie uur later liet Dolf hem voor de duizendste keer het intro van ‘Hot Mama’ doen. En dat was nog in de tijd dat studiotijd en analoge banden goudgeld kosten. Dus waren Dolf en Donny van plek gewisseld en had de producer het zelf een keer voorgezongen. “Dat klonk al veel beter, nicht?”, had hij de engineer van dienst gevraagd. En de studiotechnicus wiens voornaamste taak bestond uit het in alles met de producer eens te zijn had dat ook gevonden. Zo was Donny Stone’s zangcarrière al geëindigd voor die goed en wel begonnen was. Sindsdien had hij zich toegelegd op het dansen en het playbacken, wat hij trouwens ook nooit echt goed geleerd had. Het zou trouwens voor het geld waarschijnlijk niets hebben uitgemaakt, want zelfs Macy die vrijwel alle vrouwelijke partijen had ingezongen, terwijl de rest maar wat rondhing bij de latere studio-opnamen, had nooit een cent meer gekregen. Het was in de latere jaren toen het succes van de band begon te tanen een voortdurende bron van conflict geweest.

Don drukte de peuk van de joint uit in de asbak en stak meteen daarna een filtersigaret op. Daarna verdeelde hij de zakjes marihuana. Drie in zijn koffer tussen de onderbroeken, twee in het mapje met zijn paspoort, bankpas en zijn medische papieren. Hij haalde zijn paspoort tevoorschijn om nog een keer zijn doorlopend visa op datum te controleren. Daar stond het: Donald Kenneth Van Der Steen; geboren 25 oktober 1949, op Curaçao, het eiland waar zijn vader voor de marine had gewerkt en zijn moeder in de huishouding, om na enige jaren, Donny was een peuter, voorgoed terug te keren naar haar eigen nog kleinere eiland. Beroep; artiest, Artiestennaam: Donny Stone, sinds tien jaar per huwelijkscontract verbonden aan Edith Renalda MacDonald, Nederlandse van Surinaamse afkomst. Beroep; juridisch medewerker, moeder van een dochter van 23 en een stiefdochter, zijn Delilah van vijftien. Zijn Edith die de drank eruit gegooid had, zijn dochter had binnengehaald, en vanuit haar werk had uitgezocht dat de naam Mobey D. juridisch vrij was behalve dan in Duitsland. Edith die aan hand van oude foto’s zijn nieuwe podiumkleding had geregeld en een manager die zowaar uitbetaalde in Gerard.

Donald draaide een nieuwe joint alvast voor straks na het eten, en borg de rest van de wiet op in het zijvakje van een kleine portemonnee met daarin een stapeltje roebelbiljetten. Edith zorgde er altijd voor dat hij wat lokale valuta op zak had voor het geval dat. De laatste paar keer waren de biljetten overigens onaangebroken teruggekomen en Don verwachtte voor deze tournee niet anders. Tenslotte inspecteerde hij nog eenmaal de inhoud van zijn koffertje; joggingbroek, wat ondergoed, t-shirts, sokken en een trui, een reserveleesbril en een toilettas met daarin ook zijn medicijnen, de pijnstillers voor zijn heup en de pillen die dokter Boskamp hem had voorgeschreven na de constatering van hartritmestoornissen nu een jaar geleden. Don sloot de deksel en ritste de koffer dicht. Vooral voor Delilah die voor een dagtrip met haar HAVO-4 klas al een soort volksverhuizing met meerder hutkoffers plachtte op te zetten, bleef de omvang van de zijne een voortdurende bron van verbazing en vermaak.

“Ik werk s-avonds, ik slaap overdag sweetie. Ik heb echt niet meer nodig.” En zo was het. Edith had een einde gemaakt aan de drank, de hardere drugs en de veelwijverij. En de rest hadden 61 jaar en een verrotte heup voor elkaar gekregen. Na een optreden verlangde hij tegenwoordig alleen nog maar naar een bed alleen. Donald sloot het slaapkamerraam en ging terug naar beneden. Nog een paar uur wat televisie kijken met Winston en de familie, een paar uur slaap en dan Düsseldorf en het vliegtuig in. De inmiddels koude kip kon, onder een verwijtende blik van Edith die aan samen eten hechtte, desnoods een minuut de magnetron in.

Rajiv bleek vertrokken toen Don weer beneden kwam. Terug naar zijn Surinda en haar verwijtende blik dat hij te laat was en naar bier rook of beide. Edith en Winston waren bezig met de financiën, dat wil zeggen de betaling voor de ganja. Een dure hobby zeker als je er een nicotineverslaving bij onderhield. Maar van de dertig gram verwachtte Don er zeker weer twintig ongeopend mee terug te nemen. En daar zou hij in Nederland tot zeker half januari mee toekunnen. Hij wilde alleen niet het risico lopen zonder te komen te zitten, zeker niet met die pijnlijke heup. Gebrek aan goede drugs was meer Nederlandse sterren fataal geworden. Waar zou Herman Brood nu geweest zijn, had hij niet op die Amerikaanse tournee zijn speed weggeven aan iedere malloot die er om vroeg? Misschien moest hij, of liever Edith in het nieuwe jaar eens met dokter Boskamp overleggen over medicinale wiet in zo’n verstuiver. Misschien kon hij dan ook eindelijk met roken stoppen hetgeen zijn algehele conditie ongetwijfeld ten goede zou komen. En hij moest niet vergeten Winston te vragen of die nog grote vloei in zijn auto had want die was wel zo goed als op.

In de lente van 1976 brak Mobey. D. Europees door en de daarop volgende zomer had Dolf Gurdian de hele band plus aanhang uitgenodigd in zijn vakantiehuis in Estapona aan de Costa del Sol. Het was de eerste en de enige keer dat zij zo met zijn allen op vakantie waren geweest. Dolf verkruimelde zware stukken Marokkaanse hasj met Ducados sigaretten die zo mogelijk nog scherper smaakten. Die smaak werd weggespoeld met grote hoeveelheden spotgoedkope sangria. Er waren alleen negens goede vloeitjes te koop en dus hadden ze een hotelbijbel gebruikt en in veertien dagen heel Genesis weg gepaft. Veel meer kon Donny zich niet van de vakantie herinneren. En dat waren dan de mooiste jaren van Mobey D. geweest. Die periode net voor het grote geld, de jaloezie, de eindeloze nachtritten over autobanen dwars door Duitsland, de oververmoeidheid, de ruzies, de pillen en de drank.

Denise en Delilah lagen stiefgezusterlijk op de grote bank de kanalen afzappend en -keurend. Don was er het liefste bij gekropen maar zag daar van af. Delilah, zijn oogappel was vijftien en werd nog dagelijks door hem geknuffeld. Een stiefdochter van 23 is echter geheel andere koek. Don koos voor zijn leren fauteuil, benen op tafel, blikje rode fernandes opengetrokken. Delilah haalde nog een biertje voor Winston. De dames dronken iets geligs zoet alcoholisch dat nog van de kerst over was, met uitzondering van Delilah die net als pa aan de fernandes was en op dezelfde onmatige manier. Gelukkig was ze net als Don tenger gebouwd, een spichtig meisje -zijn bouw, niet die van Edith- dat al die suiker onmiddellijk omzette in energie. Edith en Winston waren gereed met de geldzaken en schoven aan. De tv-zenders waren zojuist allen door de meiden gekeurd en afgekeurd. Edith nam de afstandsbediening over en begon aan een eigen ronde.

Nederland 1 toonde een zwart-wit foto van een politicus uit lang vervlogen dagen. Het jaartal onder zijn naam hakte een enorm eind terug in de vorige eeuw. Zijn geboortejaar? De foto vervaagde om plaats te maken voor een actrice, eveneens zeer oud. Op de achtergrond klonk stemmige muziek. “Ah het jaaroverzicht, de gouden doden”, lachte Winston. “Die laat ik even aanstaan hoor”, zei Edith. De daarop volgende minuten vulde het beeldscherm zich met beroemde buitenlanders en bekende Nederlanders die de wereld het afgelopen jaar ontvallen waren. Denise verbaasde zich over de dood van een schrijver, nieuws dat haar, waarschijnlijk vanwege een buitenlandse stage die zomer ontgaan was. De naam zei Don hoegenaamd niets. Daar stond tegenover dat zij nog nooit van de Amerikaanse soulzanger had gehoord die in april op 83 jarige leeftijd in Louisiana aan keelkanker was overleden. “De man van de funky chicken”, riep Don: “Zal ik hem even voordoen?” “Als je het maar uit je hoofd laat”, antwoordde Edith gespeeld streng: “Bewaar die grappen liever voor je werk”.

En toen ineens was er die vraag van Delilah: “Als jij nou dood gaat papa, kom jij dan ook in het jaaroverzicht van het journaal? Of ben jij daar niet meer beroemd genoeg voor?” “Getver Delilah”, gilden Denise en Edith unisono: “Zeg niet van zulke enge dingen!” Winston gierde het uit van het lachen: “Hij moet in ieder geval niet de komende twee dagen gaan. Nu is het jaaroverzicht al geweest, en hij is zeker niet beroemd genoeg om het volgende jaaroverzicht alsnog te halen.” ”Nee dat is net zo iets als doodgaan op dezelfde dag als Michael Jackson”, antwoordde Don: “Marketing technisch gezien echt heel erg onhandig.” Daarna had Edith het gespreksonderwerp resoluut afgekapt. Winston en hij hadden zich vrolijk gemaakt over de bijgelovigheid van Surinamers. “Nee alsof jullie Antillianen dan…. En praat mij er niet van.”

De vlucht van Amsterdam naar St Petersburg verliep zoals tientallen daarvoor; in totale niksigheid. Bij het opstijgen was Donald zoals zo vaak weer even in gedachte bij die allereerste vlucht zo’n 45 jaar geleden. Zestien was hij; na twee jaar ambachtsschool, en twee linkerhanden uitgeleerd en uitgewerkt op een eiland dat zichzelf dan wel gezegend noemde, maar dat niet was. Niet voor iedereen, en zeker niet qua werkgelegenheid. Dus was hij voor zijn ‘verdere educatie’ zoals de eilanders dat zeiden naar Holland gestuurd. De MTS-elektrotechniek had al snel plaats gemaakt voor de plaatselijke kroegen en discotheken. Zijn eerste kostadres bij een streng gelovige tante voor de talloze banken van vage vrienden en bedden van nog vagere vriendinnen. Den Haag werd Rotterdam. Rotterdam werd Amsterdam, en daarna veel werk in Duitsland, dansen in allerlei shows, en tussendoor de nachten als disc-jockey.

“Was jij echt dj, papa?” had Delilah hem onlangs gevraagd. Hij had haar uitgelegd dat een disc-jockey uit die tijd niet bepaald het glamourrijke bestaan betekende dat zij zich daar nu bij voorstelde. Het was de tijd van de drive-in disco’s, rottige dorpszaaltjes met een tafeltje voor de dj op de tocht of bij stinkende toiletten en kapstokken vol natte jassen. En daar dan razendsnel je plaatjes verwisselen want een dubbele draaitafel met een middenschuif was een zelden gekende luxe. Verder sjouwde je jezelf een breuk aan al dat vinyl. En dan moest je ook nog ontzettend uitkijken dat je platen niet gejat werden, want een disc-jockey was in die dagen zoveel waard als de bijzondere soulplaten die hij in zijn collectie meedroeg. Donny had mooi spul gehad; veel Amerikaanse import; Motown uiteraard maar ook de kleinere labels; Stag en Cougar Inc. Veel geruild met de Amerikaanse militairen die je in Duitsland veelvuldig tegenkwam, voor plakken Afghaanse hasj die hij bij een kennis in Rotterdam betrok voor prijzen waar ze in Duitsland van duizelden in die dagen. Een van die militairen Jeff, een chauffeur in de rang van sergeant had voor hem van verlof uit de States ooit een bijzonder fijne stapel funk meegebracht. En wat had hij gedaan? Met Jeffs Duitse vriendin geslapen wat was uitgedraaid op een zwangerschap met een onduidelijke vader en uiteindelijk een abortus in Leiden. En om dat te betalen was die hele collectie weer verkocht aan een schraperige platenhandelaar in Keulen, zodat het uiteindelijk maar een beperkt deel van de totale kosten van dit akkefietje er door gedekt konden worden. En er was altijd de pijn gebleven, van die vraag die nu voor altijd onbeantwoord zou blijven; zou Sabine dezelfde keus hebben gemaakt als hij blank geweest was, en het voor de buitenwereld zoveel eenvoudiger was geweest de vraag of dit nu Jeffs of zijn baby was gewoon in het midden te laten? Maar dat alles vertelde hij Delilah niet. Water onder de brug, wat schoot zij er mee op dit alles over haar vader te weten? Waar al die oude platen gebleven waren? “Achtergelaten, sweetie; in Duitsland in bezemkasten in Duitse dorpszaaltjes, bij vriendinnen, in dancings. Uitgeleend en nooit meer teruggekregen, of terug geruild voor drank en hasj.”

Donald Reginald van der Steen was met zijn doorlopend werkvisum zo door de douane heen en achter de glazen deuren van de aankomsthal stond Oleg zijn vaste chauffeur hem al op te wachten. Zwijgend drukten beide mannen elkaar de hand en gingen naar buiten waar Oleg na nog een snelle sigaret op de stoep zijn moderne zwarte Volga voorreed en grijnzend het achterportier opende. Het was een geintje waar vooral Donny aan hechtte. Limousinetje spelen net als in de hoogtijdagen van Mobey D. toen de groep als één van de eersten in Europa van optreden naar optreden werd gereden in een heuse limo. Het eerste jaar had Gurdian ze zelf gereden in een aftandse mosgroene Austin Glider, waarvan Macy consequent de passagiersstoel had opgeëist, een vroege voorbode van latere sterallures. Hij als mager scharminkel werd steevast in het midden van de achterbank tussen Eliza en Elaine geplaatst. Elaine, het kreng had de gewoonte haar kont tegen zijn bovenbeen aan te wrijven alleen maar om hem hard te voelen worden. En dat was, excusez le mot, kinderspel want hij werd van alles hard in die dagen. Gurdian had overigens geheel tegen de tijdgeest in sexuele relaties binnen de band verboden. ”Te veel ruzie” was zijn commentaar, alsof ze daar seks voor nodig hadden! Na het succes van Hot Mama had Dolf zich een enorme Opel Diplomat v8, 5.4 aangeschaft, een Duitse Amerikaan in heel dof donkergroen. Voor hen waren er toen chauffeurs gekomen en in de jaren 80 toen limo’s niets bijzonders meer waren, huurde Gurdian er vier per show zodat ze in processie voor de deuren van de plaatselijke zalen en discotheken konden worden afgezet en elkaar toch niet de kop konden inslaan tijdens de autorit. En zelfs daar had hij nog via een leuke foto-shoot voor een of ander muziekblad een publicitair slaatje weten te slaan. De man was werkelijk onverbeterlijk.

De rit naar het Krasi Metropol, een grauwe hotelkolos in een troosteloze flatwijk duurde toch nog vijf kwartier. Hoog beton slurpte de enige druppels daglicht van deze dag op. Donald was blij dat hij binnen was, en pas toen hij de deur van kamer 754 achter zich deed, besefte hij dat hij hier al meerdere keren geweest was. Hij herkende het patroon in het tapijt. De routine voor de komende dagen strekte zich kalm voor hem uit. Douchen en paar uur slapen dan een pizza in de stad met Oleg en door naar het podium. De show, terug en pitten. Met oud en nieuw hetzelfde recept maar met twee optredens per avond. De volgende dag uitslapen, wellicht nog even de hotelsauna in en dan op naar het vliegveld en op 2 januari terug naar Polderstad. Het leven van een gewezen ster in een notendop, maar het was goed. Typisch eigenlijk dacht Donald dat je naarmate je ouder wordt, je steeds meer gaat hechten aan routine en voorspelbaarheid. Vroeger was niets hem gek genoeg geweest, maar dat merkte hij eigenlijk het meeste van ouder worden; de behoefte aan vaste patronen, naast de heup en het hartritme dan natuurlijk.

Om zeven uur stipt in de avond en al uren aardedonker stond Oleg voor de deur van het hotel om met Donny Stone een pizza te eten, waarna hij hem afzette bij Discotheek Vision in het centrum van Sint Petersburg voor de ‘soundcheck’. Gerard zat al op hem te wachten. De grote koffer met zijn podiumkleding stond in hoek van het miserabele hok dat in dit soort gelegenheden voor kleedkamer door moest gaan. Donald schudde de eigenaar de hand en vroeg toestemming in de kleedkamer te roken, het mocht. Daarna maakte hij kennis met de Mobey D.-babes voor deze tour. In Nederland trad Mobey D. in een vaste samenstelling op. De drie meiden die heden ten dage met Donny Stone Mobey D. vormden, waren freelance zang- en danseressen die ieder een eigen carrière combineerden met werk als Mobey D -lid, Bombita, Pin, of Coconut en die de Nederlandse tournees, met soms een optreden in Antwerpen; de Europese tour, zoals Gerard die altijd noemde, als een min of meer vaste schnabbel beschouwden. Voor Rusland was dit volgens Gerard te omslachtig en te duur en was het makkelijker lokale danseressen te ronselen meestal van de een of andere plaatselijke streetdance school. Dat was de reden dat Gerard ook altijd voor hem uit reisde, soms wel een week, om de meiden voor Mobey D te selecteren.

Donny had overigens het vermoeden dat de vrouwelijke Mobey D. leden niet alleen op dans- en zangkwaliteiten door Gerard werden beoordeeld. Hij wilde Gerard daar nog wel eens mee plagen. “Hear, hear”, had Gerard gegrinnikt: “Grote woorden van een man wiens hele vocale carrière bestaat uit wat achtergrondgekreun op de een b-kantje en dat nog alleen omdat de engineer vergeten was je kanaal dicht te schuiven”. “Hé mijn hele showbizz educatie heeft één gulden aan pater Martina gekost en we eten er vijftig jaar later nog altijd van. Ook al staat mijn schuif op de mengtafel dan dicht.” Een paar jaar geleden had een geluidstechnicus het hem eens uitgelegd: “Kijk zelfs de hele grote, de stadionacts laten vaak een studiotrack met zang meelopen waar de ster in kwestie overheen zingt, dan klinkt het helemaal live, wat het in feite niet is en schrijven de popcritici dat die en die ouwe knar nog prima bij stem is. Bij jou doen we in grote zalen in feite hetzelfde alleen in andere verhoudingen; 90% studio met Gurdian’s stem en jij er stil brommend achter voor het live tintje. Bij de kleinere zalen en discotheken is alles kant en klaar en drukt de technicus alleen op de aan en uitknop. Hij hoeft dan alleen jouw microfoon tussen de nummers door open te zetten voor de vaste aankondigingen van jouw kant.”

Tegen tienen werd er gesound- of beter gezegd gepodiumchecked met Mobey D., Russische stijl. Twee van de zangeressen waren al eerder van de partij geweest. Diana half Russisch half Kazachs, met het vollemaans gezicht en de brede heupen. Je kon haar met de beste wil van de wereld niet zwart noemen, maar ze had wel een zekere donkere uitstraling. Daarbij kon zij heel behoorlijk playbacken. Zij kreeg de rol van leadzangeres Macy. Elaine werd vertolkt door een tenger zwart meisje, van wie Donald de naam vergeten was. Zij had een hautaine uitstraling en liet nooit iets over haar achtergrond los. Er werd beweerd dat zij het product was van een Russische moeder en een Afrikaanse diplomaat. Dat zij een klassieke balletopleiding had, maar vanwege haar huidskleur nogal moeilijk aan het werk kwam op de Russische balletpodia. Maar zij deed haar werk goed. De derde was een zigeunerinnetje met veel te veel tatoeages, oh gruwel tot in de nek. Gerard’s wisselsletje, dacht Don, terwijl hij zijn laatste joint voor de show opstak. Enfin ze zouden haar net als Eliza, destijds door Dolf Gurdian consequent aangeduid als de zwakste schakel wat achteraf op het podium neerzetten om wat in haar stomme microfoon te stotteren en te wiegen met het zeer weinige dat zij aan kont bezat. Wat Gerard toch in die magere scharminkels zag. Zij heette ook nog eens Lola.

Gerard stak zijn hoofd om de deur: “One minute till curtain”.’ ‘’Tis goed, Kermit’. Grijnsde Donald terug: “Ik heb je gehoord”. Terwijl hij zijn splifje in de asbak wierp, wierp hij nog één blik in de spiegel en haalde een hand door zijn haar. Het gangetje achter het podium was smal en aardedonker. Het zaallicht was al gedoofd en het weinige podium-licht werd grotendeels geblokkeerd door de heupen van Diana die als eerste het podium zou betreden. Donny, de ster mocht als laatste, zocht op de tast het achterste van Lola wat nog niet meeviel. Hij hoorde het rumoer van het publiek, snoof het op en zette het in zijn aderen om in adrenaline. Drumcomputer, één maat, twee maat, drie maat vier maat, violen, podiumlicht, showtime!

Het was maar een klein twee en half uur later dat Donald terug was op zijn hotelkamer. De show was goed verlopen, vooral in het opzicht dat alles zo voorbij was, altijd een goed teken. En dat hij zijn heup weliswaar gevoeld had, maar je niet echt van pijn kon spreken. Na twee nummers was Oleg naar voren gekomen om hem een duim omhoog te geven. Vriendelijk publiek betekende dat. Oleg scande in elke gelegenheid waar Mobey D. optrad de zaal op potenrammers. Rusland was er berucht om. En hoewel Donny zelf alles behalve een nicht was, trok zijn act wel veel nichten. Niet dat Donald daar ooit een seconde mee gezeten had. Als er één libertijns was dan was hij het, maar kaalkoppen in de zaal waren ronduit onprettig. Fijn dat ze afwezig waren. Je kon er vanaf het podium trouwens toch niet veel tegen uitrichten en voor vanavond had het sowieso weinig uitgemaakt. Donny had met een gebaar aan Oleg terug aangegeven hoe dan ook meteen na de show te willen vertrekken.

En nu zat hij in zijn hotelkamer op zijn kingsize bed met de medicatie van de dokter en zijn eigen vorm van pijnbestrijding. Don likte het grote vloeipapier en speurde het plafond van de kamer af. Netjes gewit en nergens een rookmelder zichtbaar. Maar Don kende dit soort hotels. Oude Sovjet karkassen, maar inmiddels allemaal opgelapt en vaak met de modernste technologie op dat moment voorhanden. Er zat dus niets anders op dan het balkon te gebruiken, maar eerst ging hij zijn warme witte hotel badjas van de badkamer halen.

Het zal een tien minuten later geweest zijn, dat Donald Stone terug was in zijn kamer en zich gereed maakte voor de nacht. Hij nam plaats op het grote bed en frunnikte aan het koord van zijn badjas. Maar alvorens hij die strik wist los te wurmen bevroren zijn handen in zijn schoot. In zijn hoofd plopte iets, gevolgd door een woosh-woosh geluid, een bekend geluid, het naruizen van die oude analoge banden in geluidsstudio’s wanneer ze op waren en van de spoel liepen. En in zich razendsnel samentrekkende cirkels zag hij de hele santenkraam nog één keer in seconden aan zich voorbij trekken. De podia, het eindeloze rondhangen op luchthavens en in studio’s, de gouden platen, signeersessies en verkleedpartijen en verder en verder en verder terug. De oceaan over naar een klein Caribisch eiland, een vrijstaand huisje, waslijnen vol witte was, de was van de notabelen uit het stadje. mama aan de strijkplank. Haar enig geborene aan haar kleurrijke katoenen rok of hoger tussen de stevige rotsblokken van haar borsten. Zij hem waarschuwend voor die andere rotsblokken achter op hun kleine erf. Waarachter hij niet mag spelen omdat daar de afgrond begint, vele tientallen meters diep naar een eeuwig woosh-woosh ruisende, blauwe, lauwe, zoute zee.

Toen Natalia Petrovna de volgende ochtend de deur van kamer 754 van Krasi Metropole hotel aan de rand van het oude centrum van Sint Petersburg opende, was het eerste dat haar opviel dat het er koud was en tochtte. Ze wurmde zich door de smalle gang langs haar schoonmaak-trolley en liep de kamer in. Een gordijn klapperde in de wind. Het maakte niet veel geluid maar in de verder doodstille kamer viel het geruis duidelijk op. De donkere tengere gestalte op bed zal Natalia misschien wel waargenomen hebben; zij nam het beeld nog niet echt in zich op. Eerst die glazen schuifdeur naar het balkon dicht. Natalia stak haar hoofd om de balkondeur en snoof ijskoude decemberlucht. Wie laat er in hemelsnaam in deze tijd een raam of deur open staan? Op het balkon op postzegelformaat stond een plastic klaptafeltje, zoals op alle 264 hotelkamers met balkon. Op dat tafeltje stond een zware marmeren asbak met daarop het hotel logo; de Russische driekleur wapperend en daaroverheen de naam van het hotel, tweezijdig in cyrillisch, tweezijdig in Latijns alfabet. Ondanks dat het balkonnetje beschut achter een liftkoker lag, was de nachtwind erin geslaagd de asbak leeg te blazen. Maar onder die asbak zat nog wel een klein plastic zakje gevuld met groen kruid en daar waarschijnlijk door de hotelgast geplaatst juist om het voor wegwaaien te behoeden. Nou dat was gelukt. Natalia haalde het zakje binnen, bevingerde de inhoud en snoof de zoete licht weeïge lucht begerig op. Mijn god zeker nog een gram of drie en zo te ruiken puike kwaliteit.

Natalia frommelde het zakje weg onder haar witte schortje in het kleine zakje van haar spijkerbroek. Wat zou haar vriendje Alexander morgen zeggen als zij hem als nieuwjaarsgeschenk een stevige paf van dit kruid zou aanbieden? Dit beloofde al een prima begin van het nieuwe jaar te worden.

Pas daarna sloot zij de glazen balkon pui en draaide zich om naar het bed. Natalia had in haar korte leven nog niet veel doden gezien. Eigenlijk maar één; haar oma van moederskant. Die was elf jaar geleden, Natalia was toen acht, aan haar nieren overleden. En zij en haar moeder waren naar het ziekenhuis in het provinciestadje gereisd om haar daar voor de begrafenis op te halen. Je kunt je moeilijk twee mensen voorstellen die bij leven minder op elkaar geleken hadden dan haar oma en de man hier op het bed. Toch had Natalia onmiddellijk begrepen dat beiden zich in exact dezelfde treurige positie bevonden. Natalia liep terug naar haar schoonmaakkar om een stofdoek te halen. Die sloeg zij om de hoorn van de telefoon, waarom wist zij zelf eigenlijk ook niet -maar ging het niet ook zo in detectives op de tv?- en toetste receptie. De telefoon ging lang over. Waarschijnlijk had die dikke koe van een Irina dienst en was die weer van haar plek naar de ontbijtkeuken waar het warmer was en zij met haar dikke kont met uitpuilende string probeerde aan te pappen met de halfgare koks daar. Pas na tien keer overgaan werd er opgenomen. “Receptie Irina hier?” “Hallo Irina, Natalia hier. Ik bel vanuit kamer 754. Ik denk dat er maar iemand naar boven moet komen of zo. Er ligt hier een dode neger op het bed.”